
Geschiedenis van de tabakscultuur
Lang voordat tabak in Europa bekend was, werd het door Indianen in Zuid-Amerika al gebruikt. De oudste afbeeldingen van rokende Maya-indianen gaan terug tot zo’n 300 jaar na Christus. In het begin gebruikten deze Indianen de bladeren van de in het wild groeiende tabaksplant waarschijnlijk om een vuurtje te maken om eten op te koken. Zij ontdekten dat de rook van het vuurtje prikkelend en zelfs verdovend was. Op een bepaald moment zijn de Indianen de bladeren daarom beginnen te gebruiken bij religieuze ceremonieën en magische handelingen. Zij rolden gedroogde bladeren van de tabaksplant, stopten het rolletje in een bus en staken het in brand. Deze buizen werden tabacos genoemd, en zo ontstond de naam ‘tabak’. Het roken was voor hen niet alleen een genotsmiddel, maar ook een manier om met goden in contact te komen. Wanneer belangrijke Indianen bij elkaar kwamen of als er feest was, werd de ‘vredespijp’ gerookt.
Toen Christoffel Columbus in 1492 Amerika ontdekte, kwam hij in contact met de tabaksplant. In 1518 werden de eerste tabaksplanten uitgevoerd naar Europa en verbouwd in Spanje en Portugal. De Portugezen waren de eersten om snuiftabak uit Brazilë naar Europa te importeren. De Franse ambassadeur in Portugal, Jean Nicot, schreef in die dagen vol lof over de geneeskrachtige kwaliteiten van dit nieuwe kruid. Zo zond hij in de 16de eeuw Katharina de Medici, Koningin van Frankrijk, tabak in ‘snuifvorm’ (‘geraspte tabaksbladeren’) als middel tegen haar migraine. Zij beval de kweek van de tabaksplant in Bretagne, Gascogne en de Elzas. De plant heette toen “koninginnekruid” of “Catherinaire”. Zo werd tabak heel populair. Het hele hof begon het te verbruiken. Zo verspreidde de gewoonte om tabak te snuiven, te pruimen en te roken zich in de volgende eeuwen langzamerhand in Europa. Maar het was vooral via Engeland en Holland dat het roken van pijptabak in Europa ingang vond. Volgens sommige bronnen rookte tegen 1670 de helft van de Engelse mannen dagelijks. In het midden van de 17de eeuw was het gebruik van tabak overal in Europa verbreid en niet zelden populair om medische redenen. De ontwikkeling van de tabaksplantages zal bovendien in de tweede helft van de 17de eeuw een belangrijke rol spelen in de slavenhandel.
Het ontstaan van een tabaksindustrie
De hoeveelheid en de wijze waarop tabak werd gebruikt zou in de loop der eeuwen wel nog veel variëren en ook tussen landen en klassen niet steeds gelijk lopen. Ongeveer rond 1850 begon tussen alle consumptievormen van tabak ook de sigaret doorgang te vinden. De definitieve doorbraak kwam er echter pas op het einde van de 19de eeuw. In 1890 introduceerde James Duke de gemechaniseerde productie van de sigaret. De industrialisatie, massaproductie en marketing zouden stilaan van de sigaret het dominant tabaksgenotmiddel maken. Pruimtabak, snuiftabak, pijptabak en de sigaar zullen geleidelijk het veld moeten ruimen.
Het consumptiegedrag van tabak kende ook een radicale verschuiving: voor de opkomst van de sigaret was roken overheersend een mannenzaak. Nu begonnen ook vrouwen te roken, al was het vaak alleen binnenshuis. De industriële productie en vooral de loopgrachten van de Eerste Wereldoorlog zorgden voor een massale doorbraak van tabaksgebruik bij mannen. Later, in de 2de WO zullen sigaretten deel uitmaken van het basisrantsoen van de Amerikaanse soldaat. In België krijgen zowel beroepsmiltairen als miliciens de mogelijkheid om taksvrij sigaretten te kopen. De legerdienst zal generaties rokers produceren waar zelfs de eerste anti-tabakscampagnes in ons land lange tijd niet tegenop kunnen komen.
Sinds wanneer zijn de schadelijke gevolgen van tabaksgebruik bekend?
Het vermoeden van de negatieve effecten van de sigaret voor de gezondheid en van het roken van tabak in het algemeen, bestond al sinds de eerste pijp werd aangestoken. De gekende rokerskuch of rochel werd al heel vroeg beschreven in verband met rookgedrag. De allereerste rapporten waren niet echt epidemiologisch en louter kwalitatief gebaseerd op klinische observaties. Al in 1795 werd de associatie beschreven tussen pijproken en lipkanker. Ook latere rapporten zouden het verband leggen tussen pijproken en kankers van de tong, mond en lip. De studie van de oorzaakspecifieke sterftecijfers bracht de enorme toename aan het licht van de longkankers in de eerste helft van de 20ste eeuw. Longkanker was vroeger een zeldzame vorm van kanker. De gevonden correlaties tussen het roken van sigaretten en de ontwikkeling van longkanker werden in de begindagen op basis van allerlei redenen van de hand gewezen als zijnde niet-causale verbanden. Het dwong de onderzoekers om de methodologie steeds verder te verfijnen.
Vandaag bestaat er geen twijfel dat longkankersterfte niet het enige gevolg is van roken. Roken verhoogt ook het sterfterisico voor andere oorzaken zoals ziektes van het ademhalingssysteem, hartziekten of andere soorten kankers.
Welke schadelijke stoffen zitten er in tabak?
Wanneer je een sigaret aansteekt, zet je een chemische fabriek in werking en functioneren je longen als echte fabrieksschouwen. Misschien klinkt dit wat extreem, maar dit is de beste vergelijking.
In sigarettenrook onderscheiden we drie soorten stromen:
- Primaire stroom: dit is de rook die tijdens het trekken rechtstreeks door de roker geïnhaleerd wordt;
- Secundaire stroom: dit is de rook die vrijkomt uit de verbranding;
- Tertiaire stroom: de rook uitgeademd door de roker.
Bij de verbranding van een sigaret komen verschillende irriterende stoffen vrij. We zouden hier tot in detail kunnen gaan, maar ik denk nu niet dat dit de bedoeling is. Vast staat dat er in sigarettenrook in totaal uit meer dan 4000 verschillende toxische stoffen bestaat, waaronder koolmonoxide (CO), ammoniak (NH3), watercyanide (HCN), stikstofoxiden (NO en NO2), aldehyde (formaldehyde), phenolen (vrij irriterend), nitrosamines (heel kankerverwekkend), allerlei metalen,… De concentratie aan toxische en kankerverwekkende stoffen is in de secundaire stroom veel groter dan in de primaire stroom. De reden hiervoor is dat de temperatuur in de primaire stroom veel hoger is dan van de secundaire stroom waardoor al een groot deel van de stoffen verdwenen is. Het is dan ook onnodig te zeggen dat passief roken op z’n minst even schadelijk is als het actief roken.
©2012 Romy Coomans: Psycholoog, Tabakoloog, Pedagoog, Psychotherapeut | Dendermondesteenweg 82 | Destelbergen (Gent, Oost-Vlaanderen) | T 09 228 04 54 (ma-vr) | GSM 0495 20 68 17 | E